LUCA School of Arts, campus Lemmens

disposities orgels LUCA School of Arts, campus Lemmens:

 

Marcussen-orgel, 1978:

Hoofdwerk:

Prestant 8

Roerfluit 8

Octaaf 4

Koppelfluit 4

Octaaf 2

Mixtuur IV-V sterk

Trompet 8

Bovenwerk:

Holpijp 8

Prestant 4

Spitsfluit 4

Woudfluit 2

Sesquialter II sterk

Scherp III-IV sterk

Dulciaan 8

Tremulant

Borstwerk:

Gedekt 8

Roerfluit 4

Gedektfluit 2

Nazard 1 1/3

Octaaf 1

Regaal 8

Tremulant

Pedaal:

Subbas 16

Octaaf 8

Gedekt 8

Octaaf 4

Mixtuur IV sterk

Fagot 16

Trompet 8

Stemming: Werckmeister III

 

 

Formentelli-orgel, 1990:

Grand Orgue (II):

Bourdon 16

Montre 8

Bourdon 8

Prestant 4

Doublette 2

Quarte 2

Grosse Tierce

Fourniture

Cromorne 8

Cymbale

Cornet III

Trompette 8

Voix humaine 8

 

Positif de Socle (l):

Bourdon 8

Prestant 4

Doublette 2

Nazard

Tierce

Larigot

Plein jeu

Tremblant doux

Tremblant fort

Rossignol

 

Résonance (III):

Flûte 8

Flûte 8 disc.

Flûte 4

Grand Cornet

Bombarde 16 bas/disc.

Trompette 8 bas/disc.

Clairon 4

 

Tractuur: mechanisch

Klaviertessituur: C, D – d3

Pedaaltessituur: C, D – e1 (Frans teenpedaal, aangehangen aan het Clavier de Résonance)

Accouplement GO + Pos.

Accouplement Rés. + GO

Windvoorziening: spaanbalgen met elektrische ventilator

Toonhoogte: a1 = 415 Hz

Stemming: gemilderde middentoonstemming

 

 

Crutchley - Klais - Pelsorgel, 1933/1968/1999:

Hoofdwerk:

Prestant 16

Prestant 8

Gamba 8

Flûte harm. 8

Gedekt 8

Quintadeen 8

Octaaf 4

Kwint 2 2/3

Superoctaaf 2

Mixtuur III

Cymbel IV

Cornet IV

Hoorn 8

Trompet 8

Positief:

Fluit 8

Spitsfluit 8

Prestant 4

Blokfluit 4

Fluit 2

Larigot 1 1/3

Holpijp 1

Sesquialter II

Mixtuur III

Regaal 8

Dulciaan 16

Trompet 8

Kromhoorn 8

Zwelwerk:

Gedekt 16

Gedekt 8

Salicionaal 8

Voix céleste 8

Fl. octav. 4

Eoline 4

Nazard 2 2/3

Octavin 2

Terts 1 3/5

Mixtuur IV-V

Bombarde 16

Trompet 8

Hobo 8

Voix Humaine 8

Klaroen 4

Pedaal:

Principaal 16

Subbas 16

Kwint 10 2/3

Prestant 8

Fluit 8

Gedekt 8

Octaaf 4

Fluit 4

Ruispijp II

Mixtuur III

Bazuin 16

Trompet 8

Klaroen 4

 

 

In 1879 werd in opdracht van het Belgische episcopaat het LEMMENSINSTITUUT opgericht in Mechelen.

 

Hiervoor deden de bisschoppen een beroep op de docent orgel van het Brusselse muziekconservatorium: Jaak Nicolaas LEMMENS (1823-1881), de enige Belgische musicus van Vlaamse origine die tijdens vorige eeuw met volle recht aanspraak kon maken op internationale faam. Zijn betekenis als schakel tussen Duitsland, Frankrijk en Engeland op het gebied van orgelspel en -literatuur in het algemeen en zijn bijdrage aan de internationale ontdekking van de figuur van J.S. Bach in het bijzonder, zijn wereldwijd erkend en geroemd.

 

Zijn opvolgers, Edgar TINEL (1854-1912; directeur van 1881 tot 1909) en Aloys DESMET (1867-1917; directeur van 1909 tot 1917) verruimden het opleidingsmodel van het loutere orgelspel naar muziektheorie en compositie.

 

Mgr. Julius VAN NUFFEL (1883-1953; directeur van 1918 tot 1952) en Mgr. Jules VYVERMAN (1900-1989; directeur van 1952 tot 1962) verbonden aan hun directeurschap de leiding van het internationaal befaamde Sint-Romboutskoor van de Mechelse kathedraal. In het studiecurriculum ging meteen grote nadruk liggen op het vocale in de vorm van koorzang en koordirectie met als repertoire het gregoriaans, de oude (Vlaamse) polyfonie en de eigentijdse (Vlaamse) religieuze liturgische muziek.

 

Jozef JORIS (°1923; directeur van 1962 tot 1988) zorgde in eerste instantie voor de consolidatie van de onderwijsideeën van zijn voorgangers door er een legaal structureel kader aan te geven en de diploma’s op hun volle waarde te doen erkennen.

 

Daarenboven ging zijn aandacht uit naar de vorming van musici-pedagogen ten behoeve van het algemeen vormend onderwijs (van kleuterschool tot universiteit) op een ogenblik dat de officiële muziek- en conservatoriumwereld nog enkel maar oog had voor het solistische en instrumentale specialistendom. In dezelfde zin werd de opleiding behartigd van dirigenten voor (liturgische en profane) koren en harmonie- en fanfareorkesten en van leiders voor jeugdmuziekateliers, dit alles ten bate van de verheffing van de muziekcultuur aan de brede basis.

 

In 1971 richtte hij de eerste wettelijk erkende muziekhumaniora in het land op, uniek en tot dan toe onbestaand en ondenkbaar binnen het vrij onderwijs. Na enkele jaren mondde deze muziekhumaniora logischerwijze uit in een volledig uitgebouwd conservatorium.

 

In de lijn van de eigen traditie werd deze professionele muziekhogeschool stevig gestoeld op de Anglo-Germaanse geest, d.w.z. niet eng verticaal uitgebouwd (cfr. de oude structuren van de conservatoria naar Romaans model), maar breed en algemeen-cultureel vormend met een voltijdse vijf-jaar-durende opleiding, sinds het begin conform aan de structuur en de wetgeving van het hoger onderwijs in het algemeen.

 

Voor de realisatie hiervan leidde directeur JORIS in 1968 de verhuis van het instituut van Mechelen naar Leuven, waar sindsdien een volwaardige campus werd uitgebouwd. Verscheidene concertzalen, grote en kleine aula’s en les- en musiceerlokalen staan ter beschikking van de studenten, naast een groot aantal van orgel of piano voorziene “studio’s” voor individuele studie. Op die wijze wordt aan de studenten de mogelijkeid geboden om van maandagmorgen tot vrijdagavond gezamenlijk te studeren op de campus, waar individuele studie en muzikale groepswerking even noodzakelijk zijn als centraal onderwijsgegeven.

 

Onder het beleid van Paul SCHOLLAERT (°1940; directeur van 1988 tot 2005) en mede in het kader van de jongste hogeschooldecreten van 1991 en 1994 volgden de oprichting van de opleiding drama, de afstudeerrichting jazz en muziektherapie. Deze laatste afstudeerrichting is nu reeds internationaal toonaangevend. Bewijs ervan is o.a. de door het mondiale forum van de muziektherapie aan het Lemmensinstituut gerichte uitnodiging voor de inrichting van het Europese congres in 1998.

 

In 1995 trad het Lemmensinstituut als medestichter toe tot de HOGESCHOOL VOOR WETENSCHAP & KUNST, die lid is van het Vlaams Verbond van katholieke Hogescholen en sinds 2002 ook deel uitmaakt van de Associatie K.U.Leuven. Om de academisering van de hogere kunst- en architectuuropleidingen in goede banen te leiden en hun integratie in de K.U.Leuven voor te bereiden, hebben de kunst- en architectuurdepartementen van deze associatie hun krachten gebundeld in een geassocieerde "Faculteit Architectuur en Kunsten" (F.A.K.).

 

Op 1 oktober 2005 heeft Marc ERKENS het mandaat van departementshoofd opgenomen. Paul SCHOLLAERT blijft evenwel campusdirecteur.

 

Het rijke orgelpatrimonium van het Lemmensinstituut bestaat uit 15 orgels, waarvan 5 bijzondere, stijlgebonden lesinstrumenten. Deze werden gebouwd door Vicenzo Ragone (Italiaans orgel, 19de eeuw), Crutchley – Klais – Pels (symfonisch concertorgel, 20e eeuw), Loncke (neo-Vlaams orgel, vml. huisorgel van dir. Joris, ca. 1975), Marcussen (midden-Duits barokorgel, gebouwd in 1978) en Formentelli (Frans-barokorgel, gebouwd op het einde van de 20e eeuw, in 2010 gereviseerd door Pieter Vanhaecke).

Copyright © Nils Hellemans